BOSSEN & WATER


Bossen en bomen zijn onlosmakelijk verbonden met water. Toch worden ze overal bedreigd waardoor die linken onder druk komen te staan. Dit is niet alleen nefast voor de natuur, maar ook voor ons, die gebruik maken van de diensten van het bos.

Hieronder vind je meer info over welke linken er zijn, welke de grootste bedreigingen zijn voor bossen en wat we er aan kunnen doen. Dit geeft je de nodige achtergrondinformatie om met de challenges aan de slag te gaan.


Waarom zijn bomen en bos belangrijk voor water en voor ons?

Belang van bossen en bomen

Bossen en bomen zijn enorm belangrijk voor onze wereldwijde maatschappij. Ze voorzien ons van een groot aandeel van de zogenaamde ecosysteemdiensten. Dit zijn de – bijna ontelbare en levensnoodzakelijke – voordelen die de natuur ons biedt.

Bossen zijn een onontbeerlijke thuis voor vele planten en dieren, voorzien ons van materiaal zoals hout en voedsel en zorgen zo voor inkomen, ze vormen een ruimte voor ontspanning, bieden schaduw, …

Bos is in het bijzonder een hoofdrolspeler voor de ecosysteemdiensten die verband houden met water. Zo zorgen bossen voor zuiver water, verkoeling en maken de lucht vochtig. Ze vertragen vallende regendruppels en afstromend water en houden aarde vast met hun wortels waardoor de kans op overstromingen en hevige erosie vermindert en meer water de bodem kan insijpelen. Op die manier wordt de grondwatertafel aangevuld.

Link bossen/bomen en water

Die ecosysteemdiensten stammen voort uit een aantal structuren en processen die eigen zijn aan bomen en bossen.
We kunnen ze ruwweg groeperen volgens:

  • Wat er gebeurt met water dat naar het bos wordt gebracht; neerslag/regen die er al is (meer passieve rol); water dat valt/daalt
  • Wat gebeurt met water dat uit de bodem wordt opgenomen; water dat opstijgt; regen die wordt gemaakt door het bos; hoe bossen bijdragen tot meer neerslag (meer actieve rol)



Figuur 1: Schematische weergave van de watercyclus en hoe bomen deze beïnvloeden met verschillende processen zoals evapotranspiratie en infiltratie.
Bron: Gianni, della rocca & luchi, nicola & danti, roberto & santini, alberto. (2019). Effects of global change on forest diseases and indirect implications in water cycle.

Hun invloed op water dat valt

Water bereikt het bos op verschillende manieren: als regen, sneeuw, mist uit de lucht of via beken en ondergrondse watertafels.

Regendruppels komen vanuit wolken naar beneden aan een hoge snelheid en dus met behoorlijk wat energie/kracht. Voor elke individuele druppel is dat niet zo heel veel, maar tijdens een regenbui vallen enorme hoeveelheden druppels, dus opgeteld is dat behoorlijk wat kracht dat naar beneden komt. Onbelemmerde regendruppels raken de grond/bodem met een sterkere kracht. Als je dat met een microscoop zou bekijken, zou dat er bijna uitzien als mini-asteroïde impacten. Heel kleine stukjes bodem worden zo losgemaakt om daarna weggespoeld te kunnen worden: bodemerosie. Die inslagen kunnen de bodem ook bijna ondoordringbaar maken. Daardoor, en door de grote hoeveelheid die tegelijk valt, kan de bodem de hoeveelheid water die valt stilaan niet meer slikken. Dat water stroomt dan rechtstreeks af naar beken en rivieren en neemt onderweg nog eens een deel van de geërodeerde bodemdeeltjes mee. Het gevolg is dat veel en vervuild water tegelijk afstroomt waardoor beken en rivieren overstromen.

Wanneer regendruppels echter vallen boven een bos, komen ze meestal eerst in contact met de bladeren en takken in de boomkruinen, waardoor ze al veel van die kracht/energie verliezen. Slechts een klein deel van de regen komt rechtstreeks terecht op de bodem. Het water dat wordt opgevangen door de kruin daarentegen, bereikt

  • ofwel nooit de bodem – het verdampt terug vanop de bladeren (zie verder ‘water dat stijgt’),
  • ofwel valt het van de bladeren – en dus van een veel lagere hoogte en met minder kracht,
  • ofwel loopt het af langs de takken en de stam. Het water doet er zo langer over en bereikt de bodem … rustiger.


Dat zorgt voor minder erosie en geeft de bodems meer ademruimte waardoor een veel groter deel van dit water de bodem kan insijpelen en zo het grondwater aanvullen. Doorheen heel dit proces wordt het water ook gefilterd.

Binnen bossen spelen de bomen de grootste rol, maar het verhaal is gelijkaardig voor de struik- en kruidlaag onder het bladerdak. Ook zij remmen het neervallende water af. Tot slot hebben gezonde bossen ook een laag humus. Dit is een bruine of zwarte laag, die vooral bestaat uit (half-) afgebroken dood materiaal van bomen en planten zelf (bladeren bv.) en de insecten, wormen, bacteriën en schimmels die dit materiaal afbreken. Humus is heel nuttig: het afgebroken materiaal bevat veel voedingsstoffen die terug worden opgenomen door de bomen (recyclage) en de humuslaag kan op haar beurt ook water vasthouden: een bijkomende beschermlaag voor de bodem.

Dit alles heeft een invloed op zowel de hoeveelheid water, de verdeling ervan doorheen tijd en de kwaliteit ervan. Het verschil tussen een gezond bos en een onbedekte bodem (bijvoorbeeld pas geploegde landbouwgrond) of een verharde bodem is daarbij enorm. De recente overstromingen in België en enkel buurlanden van de zomer van 2021 illustreren dit goed:

  • De minder goede status van bos – met een minder dicht bladerdek en een minder dikke humuslaag heeft naar alle waarschijnlijkheid bijgedragen tot een snellere afstroom vanuit de bijrivieren van de Maas.
  • Op onbedekte landbouwgronden werden mini-ravijnen gevormd, door de enorm sterke erosie.

Hun invloed op water dat stijgt

Naast het water dat op de grond valt, speelt het bos ook een belangrijke rol in de hoeveelheid stijgend water.

Water verdampt rechtstreeks vanop de takken, bladeren en de bodem. Dit heet evaporatie, maar bomen zweten en ademen ook. Dit heeft transpiratie. Het gezamenlijk proces wordt evapotranspiratie genoemd.

Bomen (en planten in het algemeen) leven en groeien door water uit de grond op te nemen via de wortels. Dit water dient enerzijds om intern de suikers uit de bladeren en andere voedingstoffen doorheen heel de boom te transporteren en verdelen. Anderzijds is het nodig in het fotosyntheseproces waardoor het verdampt en – samen met zuurstof – de bladeren verlaat via kleine openingen, de huidmondjes. Zo brengen ze waterdamp terug in de lucht die daardoor trager opwarmt. Bovendien koelt de lucht af wanneer water verdampt. Samen met het feit dan bossen de bodem isoleren en zorgen voor schaduw zorgt dit voor een vochtige en verkoelende omgeving. Bossen bieden op die manier verkoeling tijdens warme dagen. Bovendien gaat dit uitdroging tegen in droge periodes.

In principe doen alle planten dit, maar bossen doen dit veel efficiënter. Tot 10 keer zo efficiënt als andere vegetatie, en zelfs dubbel zo efficiënt als wateroppervlaktes. Bossen vormen zo een belangrijke bron van vocht in de atmosfeer. Tropisch regenwoud bijvoorbeeld verdampt 1 tot 2 meter water per jaar. Jaarlijks valt meer dan 100.000 km3 water op aarde als neerslag. 60% daarvan komt vanop het land, en meer dan de helft daarvan is afkomstig van evapotranspiratie door vegetatie – waarvan bomen en bos een heel groot deel uitmaken. Er komt meer waterdamp uit bossen dan uit andere ecosystemen én wateroppervlaktes op het land tezamen. Wat maakt nu dat bossen zo’n efficiënte verdampers zijn?

  • Al die bladeren vormen samen een oppervlakte dat verschillende malen groter is dan de oppervlakte die de boom bedekt, waardoor ook de hoeveelheid water die ze kunnen verdampen groter is.
  • Bovendien zitten die bladeren hogerop en hogerop betekent meer wind. Die wind neemt waterdamp sneller mee waardoor er nog meer water kan verdampen.
  • De diepe wortels van bomen kunnen ook water van veel dieper dan andere planten uit de bodem halen.
  • De stam zelf bevat veel water dat nog lang kan blijven doorstromen naar de bladeren en van daaruit verdampen, zelfs als het droog is.



Figuur 2: deze afbeelding toont het effect van vegetatie als betere verdamper t.o.v. wateroppervlaktes. Boven de vegetatie is veel duidelijkere wolkenformatie zichtbaar dan boven het water.
Bron: NASA (2006 )


Bomen brengen niet alleen water in de lucht, maar ook zogenaamde organische aerosols, microscopisch kleine ‘onzuiverheden’ van biologische oorsprong zoals sporen van paddenstoelen, pollen, bacteriën en grote moleculen. Hoog in de wolken zorgen die deeltjes voor een basis om regendruppels en ijskristallen te kunnen vormen, die vandaar groeien tot een druppel die zwaar genoeg is om uit de wolk te vallen. Door waterdamp en stofdeeltjes de lucht in te sturen, zijn bossen dus ook echte regenmakers. Wind die over bos trekt zal bijvoorbeeld meer regen veroorzaken dan wind die over niet-bosrijke gebieden trekt. Dit kan lokaal zijn, maar gebeurt ook op heel grote schaal: bossen kunnen de aanvoer van regenwater in soms heel veraf gelegen gebieden beïnvloeden.

Een vrij recent ontdekt proces is de zogenaamde biotische pomp: bossen in kustgebieden zuigen letterlijk regen aan vanaf de oceaan. Dit proces werkt als volgt: lucht warmt sneller op boven land en stijgt daardoor, wat voor lage druk zorgt op die plek. Boven bos wordt dit nog versterkt, omdat de verdamping de luchtdruk eveneens verlaagt. Omdat de luchtdruk boven het bos zo laag is, wordt lucht van de – trager opwarmende – zee aangetrokken. Die lucht boven de oceaan bevat water dat van het oceaanoppervlak verdampt is en boven het bos als regen valt. De regen die vervolgens valt, wordt door het bos gerecycleerd en terug de lucht ingebracht door verdamping. Heel dit proces werkt volgens het principe van positieve terugkoppeling: meer regenwater zorgt voor meer verdamping, wat voor lagere luchtdruk zorgt, waardoor nog meer vochtige oceaanlucht wordt aangezogen, waardoor het nog meer zal regenen, enz.

Een uitstekend voorbeeld om aan te tonen dat bossen hun eigen regen maken en als een echte waterpomp fungeren is het Amazonewoud. De Andes is duizenden kilometers verwijderd van de Atlantische Oceaan, waar vrijwel al het regenwater dat in dit gebergte valt, vandaan komt. Het is o.a. het Amazonewoud zelf dat dit regenwater continu recycleert en de lucht instuurt, waarna die door de passaatwinden iets meer naar het westen wordt gebracht en zo wat dichter bij de Andes. Behalve de Andes zijn ook de drogere gebieden ten zuiden van het Amazonewoud (de Gran Chaco), vrijwel volledig afhankelijk van dit proces voor hun watervoorziening.



Figuur 3: visualisatie van het effect dat bossen hebben op de hoeveelheid waterdamp in de lucht.
Bron: NASA (sd)
Bedreigingen van bossen, bomen en hun diensten
Het belang van bossen voor water en onze samenleving is duidelijk, maar de veerkracht van bossen wereldwijd wordt aan sneltempo ondergraven en daarmee ook hun  capaciteit om die essentiële  rol voor mens  en maatschappij te vervullen. Dit gebeurt in eerste instantie door ontbossing – een proces, gedreven door de mens, waarbij bos plaats maakt voor een ander type landgebruik, zoals landbouw, mijnbouw of stadsontwikkeling – maar ook door degradatie, waarbij bos wel blijft bestaan maar beschadigd, minder gezond wordt en daardoor ook minder in staat is om in de ecosysteemdiensten te voorzien.

> Ontbossing

Wat is het probleem?

In het vorige deel toonden we al de verschillende (ecosysteem)diensten aan die bossen ons bieden. Het spreekt voor zich dat als bos permanent verdwijnt door ontbossing, het niet meer dezelfde diensten kan leveren.

Het amazonewoud houdt bijvoorbeeld zo'n 200 miljard ton CO2 uit de atmosfeer, fungeert als waterpomp voor de gebieden landinwaarts, is een cruciale hotspot van biodiversiteit en is onmisbaar voor het welzijn van de meer dan 400 stammen inheemse gemeenschappen die erin leven. Door aanhoudende ontbossing zouden die diensten in het gedrang komen met catastrofale gevolgen.

Met ontbossing gaat ook een groot deel van de opgeslagen broeikasgassen de atmosfeer in. Samen met bosdegradatie, wordt geschat dat ontbossing ongeveer 10% van de wereldwijde emissies veroorzaakt – ter vergelijking, dat is een pak meer dan vliegtuigtransport, wat veel hoger op de maatschappelijke agenda staat. Moest ontbossing een land zijn, zou het de 2e grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld zijn

Hoe groot is het probleem?

Sinds de mens aan landbouw begonnen is (pakweg 12.000 jaar geleden), zijn we begonnen met ontbossen. Na het einde van de laatste ijstijd was België (en het grootste deel van Europa), grotendeels bedekt met bos, dat sindsdien heeft moeten plaatsmaken voor landbouwgrond, weiland, parken, bebouwing, wegen ... In Vlaanderen blijft door die historische ontbossing momenteel nog 140.000 ha bos over, ongeveer 10% van de totale oppervlakte. Zoals met andere zaken (CO2 uitstoot, uitroeien van dier- en plantensoorten, vervuiling…) is het verdwijnen van bos de eerste duizenden jaren langzaam verlopen, om de laatste paar eeuwen en dan vooral de laatste decennia heel sterk toe te nemen.

Op mondiaal niveau blijft momenteel nog de helft van de oorspronkelijke oppervlakte bos over. Dat is een 30% van het totale landoppervlak of ongeveer 4 miljard hectare (40 miljoen vierkante kilometer). Een ander belangrijk cijfer is dat het daarbij maar om 1 miljard ha (een kwart dus) primair bos gaat. Dit is bos dat nooit is ontbost geweest en dus een ecologisch waardevoller ecosysteem is.

Ook in de tropen, waar de regenwouden zich bevinden wordt zeer veel ontbost. Het Amazonewoud, dat een tiende van al het leven op aarde herbergt in een gebied dat twee keer de oppervlakte van India beslaat, is nog steeds het grootste regenwoud ter wereld, maar is al heel sterk aangetast door oprukkende landbouw, mijnbouw, weginfrastructuur, stadsontwikkeling, grootschalige damprojecten, bosbranden, degradatie door onduurzame houtkap en ziektes.
Wat actuele cijfers om de schaal van het probleem te duiden:

  • Tussen 2002  en  2020  verdween 64,7  miljoen hectare primair tropisch  woud – twintig  keer  de oppervlakte van België.
  • Tussen 2004 en 2017 verdween 43 miljoen hectare bos in 'hotspots van ontbossing' – gebieden waar ontbossing geconcentreerd is.
  • In 2020 was er een toename van ontboste oppervlakte van 12% ten opzichte van 2019.

Hoewel er speling zit op de cijfers door verschillende definities en meetmethoden, is het duidelijk dat bos – en daarmee alle dieren en planten die het bevat - blijft verdwijnen aan een alarmerend tempo.

Er moet tot slot een onderscheid gemaakt worden tussen ontbossing, waarbij de mens de drijvende kracht is achter het verdwijnen van het bos en bosverlies, waarbij ook natuurlijke oorzaken (zoals landverschuiving, windval…) worden opgeteld.

Daarnaast is er een verschil tussen permanent en tijdelijk bosverlies of ontbossing. Bij dit laatste kan het bos binnen aanzienlijke tijd teruggroeien.

Nadat een bos werd ontbost door de mens en gebruikt werd voor een ander landgebruik, kan dit teruggroeien. Dit vormt dan secundair bos. Dit secundaire bos is vooral in tropische gebieden veel minder ecologisch waardevol dan het oorspronkelijke primaire woud. Daarom wordt door milieuorganisaties en wetenschappers die met bos, biodiversiteit en klimaat bezig zijn in de tropen altijd gepleit om de totale hoeveelheid ontbossing in het oog te houden en niet te verminderen met de hoeveelheid secundair bos (zogenaamde 'netto'-ontbossing).



Figuur 4: Bosverlies in en rond het amazonewoud tussen 2001 en 2020.
Technische noot: GFW heeft het over verlies van bosbedekking – wat niet altijd ontbossing door de mens is (bvb. landverschuivingen, windval,…) – maar in het overgrote deel van de gevallen wel).
Bron: GWF (sd)

Hoe komt dit? Wat zijn de belangrijkste oorzaken van ontbossing?

Ontbossing wordt veroorzaakt door een combinatie van
  • 1. rechtstreekse oorzaken. Dit zijn de meest tastbare processen die bos doen verdwijnen. Zij vormen echter slechts het topje van de ijsberg en
  • 2. onderliggende drijvende krachten. Dit zijn de eigenlijke echte oorzaken, maar zijn minder makkelijk te identificeren en aan te pakken.

De oorzaken verschillen van regio tot regio.

1. Rechtstreekse oorzaken

Op mondiaal niveau is het grootste deel van de oorzaken van ontbossing gelinkt aan  consumptiegoederen (76,9% van de totale bosverlies)

  • Grootschalige landbouw. In het bijzonder de uitbreiding van een aantal niet-duurzaam-ontgonnen grondstoffen zoals rundsvlees, palmolie, soja, rubber, cacao, koffie en houtvezel. (31,4% waarvan 17,8% door de opgesomde 7)
  • Kleinschalige landbouw (21,6%)
  • Mijnbouw en olieontginning
  • Niet-duurzame houtontginning (29,6%).

Daarnaast spelen ook bosbranden (22,1%) en urbanisatie (1%) belangrijke rollen.

Kleinschalige landbouw, niet-duurzame bosbouw en bosbranden leiden niet per se tot permanente ontbossing.
Ongeveer 1/3 van het totale bosverlies – voornamelijk te wijten aan grootschalige landbouw, mijnbouw en urbanisatie – is wel permanent. Deze drie oorzaken bespreken we daarom wat meer in detail.


:: Grootschalige landbouw
Vleesproductie is veruit de grootste ontbosser binnen de subgroep landbouw. Maar liefst 45,1% van alle consumptie-gerelateerde ontbossing (11,2% van de totale ontbossing) is hier rechtstreek aan gelinkt! Daarenboven komt nog eens de 8,2% door soja dat voor een groot stuk als hoofdvoeder voor de runderen dient.



Figuur 5 de grootste ontbossers binnen de subgroep van consumptiegoederen. Hieruit blijkt duidelijk de overweldigende rol die veeteelt speelt.
Bron: WRI (2019)

Vleesconsumptie legt verhoudingsgewijs veel meer druk op bos dan plantaardige voeding, omdat voor de productie van dezelfde hoeveelheid vlees veel meer water, veevoeder en dus oppervlakte nodig is dan voor dezelfde hoeveelheid plantaardig voedsel. Het is gewoon heel inefficiënt: wanneer een koe gras of elders geproduceerd veevoeder eet, wordt een deel van dat voedsel gebruikt om spiermassa en vet (vlees) aan te maken, maar een heel groot deel gaat ook gewoon verloren als warmte en uitwerpselen. Je hebt 25 kilo voer nodig om 1 kilo rundsvlees te produceren.
Behalve vlees zijn een aantal andere producten – de meeste voor voeding – belangrijke ontbossers:

  • Palmolie, dat in veel voedingswaren als vetstof wordt gebruikt, maar ook bvb voor cosmetica wordt gebruikt
  • Cacao, het hoofdingrediënt van chocolade
  • Koffie
  • Rubber
  • Houtpulp voor papierproductie

Een bijkomend probleem gerelateerd aan landbouwgrond zijn de zogenaamde 1ste generatie biobrandstoffen. Daarbij worden palmolie, soja, rietsuiker of andere gewassen geproduceerd die niet als voedsel, maar als biobrandstof worden gebruikt. Door de sterk toegenomen vraag hiernaar , zijn nog meer akkers nodig (omdat de vraag naar voedergewassen niet is afgenomen). Dit veroorzaakt op zijn beurt weer ontbossing.

De rol die landbouw speelt in bosverlies is zeker niet overal hetzelfde in de wereld. Vooral in landen in de tropen is dit een belangrijke speler. 60% van de tropische ontbossing wordt namelijk veroorzaakt door uitbreiding van landbouwgrond. In België is landbouw echter geen grote ontbosser meer.

Het meeste bosverlies wordt veroorzaakt door:

  • palmolieplantages in Zuidoost Azië (vnl. Indonesië en Maleisië),
  • akkerland (voornamelijk soja) en extensieve veehouderij in Centraal- en Zuid-Amerika,
  • en door kleinschalige migratielandbouw in sub-Sahara Afrika, met een mogelijke toename in het Congobekken de komende jaren. Ook hier begint de toenemende vraag naar producten te spelen.


:: Mijnbouw en olieontginning
Behalve landbouw is ook mijnbouw een oorzaak van ontbossing. Momenteel is mijnbouw nog niet zo'n grote bijdrager in oppervlakte, maar verwacht wordt dat de vraag naar mineralen zal verdrievoudigen tegen 2050 als we onze elektronica niet meer gaan recycleren.

In het Amazonewoud vindt illegale kleinschalige goudmijnbouw plaats. Hoewel in totale oppervlakte een minder grote bijdrager, is deze vorm van mijnbouw bijzonder problematisch omdat er bij ontginning van goud en andere mineralen vaak heel giftige stoffen worden gebruikt, die in het rivierwater terecht komen en zo veel schade aan andere ecosystemen stroomafwaarts veroorzaken (wat bijdraagt tot degradatie, zie verder).



Figuur 6: Illegal gold mining has transformed forested land into sand and ponds.
Credit: Brett Gundlock for Nature

Een gelijkaardige dynamiek speelt bij olieontginning. Daarvoor zijn de nodige oppervlaktes nog kleiner, maar als leidingen breken kan veel olie terecht komen in het water en zo enorm veel schade toebrengen.


:: Urbanisatie
Ook wegenbouw, stadsontwikkeling en andere infrastructuur, waarbij bos moet plaatsmaken voor asfalt en beton, speelt een belangrijke rol. Op globaal niveau is de oppervlakte hiervan verwaarloosbaar, maar in Vlaanderen is dit dé hoofdoorzaak van ontbossing. Jaarlijks verdwijnt in Vlaanderen ongeveer 200 ha bos omwille van deze reden.
Bovendien zorgt wegenbouw en urbanisatie ervoor dat grote aaneengesloten stukken bos opgesplitst worden in kleinere stukken (fragmentatie) wat een negatief effect heeft op het bos en de biodiversiteit.

2. Onderliggende oorzaken

Uit   het EAT-LANCET Report (2018) :
'De mondiale    voedselproductie
    bedreigt    de stabiliteit  van  het  klimaat  en  de veerkracht van ecosystemen. Het is de grootste oorzaak van  de  aantasting  van  het  milieu   en  de overschrijding  van  planetaire  grenzen. Een radicale  transformatie  van  het  wereldwijde voedselsysteem  is  dringend  nodig.  Als  er geen  actie  wordt  ondernomen,  bestaat  het risico   dat   de   wereld   de   VN-doelen   voor duurzame ontwikkeling en het akkoord van Parijs niet haalt.'

De rechtstreekse oorzaken die we hierboven bespraken worden veroorzaakt door onderliggende drijvende krachten. Ontbossing voor de producie van palmolie gebeurt bijvoorbeeld omdat er een toenemende vraag is naar dat product. Die toegenomen vraag naar palmolie wordt op zich weer gedreven door bevolkingsgroei, veranderende voedingspatronen en toegenomen vraag naar biobrandstoffen. Bovendien zorgt een lakse wetgeving ervoor dat deze ontbossing geen gevolg kent.

Wereldwijde ontbossing wordt in belangrijke mate veroorzaakt door consumptiepatronen in Europa en  andere  geïndustrialiseerde  landen. Met 16% van de wereldwijde geïmporteerde ontbossing is de EU een van de grootste spelers. Eén zesde van alle emissies van het dieet van een gemiddelde Europese burger zijn direct gelinkt aan tropische ontbossing.

:: De rol van België
Ook België speelt hierin een belangrijke rol. Met een ecologische voetafdruk van 6,6 hectare per persoon gebruikten de Belgen in 2017 ca. 4,13 maal meer bodemoppervlakte dan wat er per  inwoner  op  Aarde  gemiddeld  beschikbaar  is. Anders gezegd; moest iedereen leven als een Belg, dan hadden we 4 aardes nodig.

Het biodiversiteitsverlies  dat  Belgische consumptie in het buitenland veroorzaakt, is beduidend groter dan het verlies dat in België zelf wordt teweeggebracht. Ongeveer de helft daarvan kan worden toegeschreven aan ons voedingspatroon. België voert namelijk eveneens de 7 producten in die gelinkt kunnen zijn aan ontbossing (als rechtstreekse oorzaak, zie hoger).

De jaarlijkse gemiddelde Belgische voetafdruk voor die producten bedraagt maar liefst 10,4 Mha. Dat is meer dan 3 keer de oppervlakte van België. Van die 10,4 Mha, wordt er 4,2 Mha ontgonnen uit landen met een hoog of zeer hoog risico op ontbossing. De voornaamste betrokken landen zijn Brazilië, Ivoorkust, Argentinië, Rusland en Indonesië.


Figuur 7
Bron: WWF

:: Conclusie
Het voedselsysteem en ons consumptiegedrag hebben m.a.w. een heel belangrijke invloed op ontbossing in de tropen, en zo op de watercyclus in die landen.

Behalve de consumptiepatronen, zijn er nog verschillende, heel uiteenlopende onderliggende oorzaken, die te breed en complex zijn om hier één voor één in detail te behandelen.

Een belangrijke die het vermelden waard is – en ook duidelijk maakt hoe bepaalde houdingen of denkwijzen een heel grote impact kunnen hebben – is de perceptie van de waarde van bos en de vertaling daarvan in grondprijs. In ons huidig economisch model brengen landbouw, mijnbouw, stadsontwikkeling, bedrijventerreinen,… meer op dan dit land bos te laten. Dit staat in contrast met de eigenlijke waarde die bos heeft voor de maatschappij, zowel in directe economische waarde (duurzame ontginning van houtige en niet-houtige bosproducten bijvoorbeeld), maar vooral ook in termen van de voorziening van ecosysteemdiensten, vaak van onschatbare waarde voor de maatschappij (zij het moelijker te berekenen): de invloed op de watercyclus, zoals duidelijk beschreven, maar ook de opslag van CO2, in stand houden van de biodiversiteit, ruimte voor recreatie, impact op fysieke en mentale gezondheid, afkoeling in steden…


> Degradatie

Wat is het probleem

Behalve ontbossing, waarbij bos verdwijnt om plaats te maken voor ander landgebruik, neemt de druk op bossen ook toe in de vorm van degradatie: het bos verdwijnt niet, maar wordt aangetast, zwakker, de veerkracht ervan vermindert. Hierdoor is het ook minder in staat te voorzien in die belangrijke ecosysteemdiensten.

Wat zijn de oorzaken?

Die degradatie wordt veroorzaakt door:

  • Overexploitatie van het bosproducten (zoals hout of andere soorten zoals wild en decoratieve planten), waarbij waardevolle soorten worden weggehaald zonder dat er voldoende verjonging plaatsvindt.
  • Fragmentatie van het bos, onder andere door wegenbouw. Grote aaneengesloten stukken bos zijn gezonder, functioneren beter dan bos dat is opgedeeld in meerdere stukken zelfs al is de totale oppervlakte vrijwel dezelfde.
  • Ziektes, pesten en de druk van invasieve exoten. Deze dringen het aantal van bepaalde soorten terug waardoor het ecosysteem in onbalans raakt.
  • Bosbranden kunnen een belangrijk deel zijn van een gezond bosecosysteem, maar als ze te vaak plaatsvinden, zal het bos hieronder lijden.
  • Milieudruk van buitenaf zoals de druk van stikstof en fosfor, verdroging of vernatting, vervuiling, lawaaioverlast en een té grote druk van toerisme.
  • Daarbovenop komt nog het veranderend klimaat. De stijgende temperaturen, hogere frequentie aan droogteperioden en extreme weersevents… vormen nu al en zullen in de toekomst nog meer een druk vormen op onze natuur.

Tot slot kunnen al deze aspecten een versterkend effect hebben op elkaar. Klimaatgedreven droogte zal de hoeveelheid bosbranden doen toenemen, fragmentatie maakt ruimte voor verzwakking en ziektes om het bos in te komen, enz.
Wat kunnen we eraan doen?
Omdat de bedreigingen op bossen zo complex en breed zijn, moet het versterken van de veerkracht van  bos gebeuren  vanuit  een systeembenadering,  met  een  holistische  aanpak. Enerzijds moeten we de hoeveelheid bos dat verdwijnt en degradeert verminderen, maar evengoed kunnen we de schade proberen omkeren door bosuitbreiding en -herstel te stimuleren.

Er zijn heel wat zaken die kunnen en moeten gebeuren om onze bossen beter te beschermen en sterker te maken. Onder andere:

  • een shift in mentaliteit door onder andere opnieuw verbinding met de natuur te zoeken,
  • betere en sterker gehandhaafde wetten,
  • een hernieuwd economisch model dat rekening houdt met de planetaire grenzen,
  • politieke moed en visie op de toekomst,
  • versterkte wetenschappelijke kennis en deze laten doorsijpelen naar het brede publiek,

Bij een aantal van die oplossingen kan je als individu een rechtstreekse rol spelen (bv. mentaliteitsverandering, veranderd consumptiegedrag), maar de meeste van die deeloplossingen zijn zaken waar enkel overheden, organisaties en bedrijven rechtstreeks invloed op kunnen hebben.

Waar jongeren en scholen het meest kunnen bijdragen, is door:

  • Zelf de mentaliteitswijziging mee te helpen inzetten. Door meer waardering voor het bos, biodiversiteit, de planeet en het klimaat te ontwikkelen.
  • Bedrijven en overheden verantwoordelijk houden en hen aanzetten tot duurzame acties
  • Consumptiegedrag te wijzigen, door minder vlees te consumeren en meer aandacht te hebben voor de duurzame oorsprong van producten.
  • Bossen en bomen actief beschermen in onze buurt.
  • Zelf extra bossen en bomen aan te planten.

De vijf challenges tijdens deze Wereldwaterdag-campagne draaien dan ook rond deze acties.
Bekijk ze hier en draag met je klas of school bij aan een betere toekomst.
Meer weten?
Enkele goede bronnen:

Wil je meer lezen over de rol van bomen en bossen op verschillende ecosysteemdiensten. Dan verwijzen we je graag door naar de rapporten die werden opgemaakt in kader van het Vlaamse Natuurrapport in 2014:

 
 



Heb je vragen rond wereldwaterdag@school, neem dan contact op via wereldwaterdagatschool@joinforwater.ngo


Wereldwaterdag@school is een initiatief van:

             


Met de steun van: